Paul Lim, de enige persoon uit Singapore die erin geslaagd is om het EU-beleid ten aanzien van zijn vaderland (en de hele ASEAN-regio) duurzaam te beïnvloeden – een poging tot een necrologie vanuit Brusselse perspectief
Door Frank Schwalba-Hoth, Brussel
En opeens was hij er.
Tot op de dag van vandaag is het mij een raadsel wat er eind jaren tachtig precies heeft geleid tot het feit dat een vriendelijke Zuidoost-Aziatische man in Brussel de meest invloedrijke persoon werd in de betrekkingen van het Europees Parlement (EP) met Singapore en de andere ASEAN-landen – in het bijzonder op het gebied van mensenrechten en “goed bestuur”.
Maar laten we helemaal bij het begin beginnen.
In juni 1984 vonden de tweede rechtstreekse verkiezingen voor het EP plaats, dat toen 434 leden (MEP’s) telde. Voor het eerst waren er ook afgevaardigden van de Groenen, onder wie ikzelf. Met 12 MEP’s uit (West-)Duitsland, België, Nederland en Italië vormden we de GRAEL (Green Alternative European Link). Omdat we te weinig waren om een eigen fractie te vormen, gingen we op zoek naar meer EP-leden. Ons ‘down to earth’-beleid bracht ons in contact met andere vertegenwoordigers van het maatschappelijk milieu. Samen met ondogmatische linkse politici, regionalisten en EU-critici richtten we de ‘regenboogfractie’ op (deze term had toen nog geen verband met LGBTQIA+).
De GRAEL, als politiek meest invloedrijke deel van de Regenboogfractie, begon politiek vanaf nul. Er was weliswaar een kort gezamenlijk politiek programma met algemene principes, maar nog geen concrete politieke stappen. En toen dook Paul Lim op. Hij werd assistent van Wilfried Telkämper, de groene vicevoorzitter van het EP. Hij had daarmee een uitstekend platform om zijn ideeën (en waarden!) in te brengen in onze besluitvorming over hoe de EU met Zuidoost-Azië zou moeten omgaan.
Omdat hij zich had voorgesteld als “staatsvijand nummer 2” uit Singapore met roots in Maleisië, verbaasde het niemand dat deze twee landen plotseling werden geconfronteerd met initiatieven van het EP, geïnitieerd door onze fractie. Dit breidde zich vervolgens uit tot initiatieven met betrekking tot de groep van andere ASEAN-landen (zeker geen gemakkelijke tijd voor de EU-ambassadeurs van deze landen in Brussel).
Waarom we hem niet alleen accepteerden, maar ook dankbaar waren voor zijn aanwezigheid?
Wij van GRAEL voelden op de een of andere manier dat hij op onze golflengte zat, dat hij in staat was groene ideeën om te zetten in politieke actie tegen autocratische en autoritaire regimes. Het speelde voor ons zeker ook een rol dat hij de “staatsvijand nummer 2 van Singapore” was (ik kan me niet herinneren dat iemand hem ooit heeft gevraagd wie “nummer 1” was). Hij had in ieder geval een toegangspas voor het EP, een bureau en een directe telefoonlijn.
Toen hij op een gegeven moment naar Penang in Maleisië verhuisde, had ik daar gemengde gevoelens over: enerzijds minder expertise op het gebied van Zuidoost-Azië, maar anderzijds een nieuw academisch en politiek hoofdstuk voor hem in zijn thuisregio.
In Brussel bleven enkele dozen achter met de werkdocumenten die hij niet had kunnen meenemen. Ik heb ervoor gezorgd dat ze werden opgehaald en terechtkwamen in het “Groene Geheugen” in het Duitse Potsdam, het archief van de groene politiek, waar ze toegankelijk zijn voor het geïnteresseerde publiek. Zijn elektrische kookplaat, waarmee hij regelmatig rijst kookte voor zijn collega’s en vrienden in Brussel, heeft in Nederland een nieuw thuis gevonden bij Peter Sluiter.
Terug in België (hij had inmiddels immers de nationaliteit gekregen) stierf hij op 21 juli na een lange strijd tegen alvleesklierkanker in Namen. Maar 21 juli is niet zomaar een dag in het jaar, het is een bijzondere dag: het is de nationale feestdag van zijn adoptieland België, 2381 jaar nadat de tempel van Artemis in Efeze (een van de zeven wereldwonderen uit de oudheid) in brand werd gestoken, 201 jaar na de dood van Rama II, de belangrijkste koning van Thailand, 126 jaar na de dood van Ernest Hemingway, 81 jaar na de executie (na een mislukte aanslag op Adolf Hitler) van Duitse verzetsstrijders, 56 jaar nadat Neil Armstrong en Buzz Aldrin als eerste mensen voet op de maan zetten, 36 jaar nadat Mike Tyson wereldkampioen boksen werd. Dit alles is een passende datum voor iemand die op 28 april 1948 werd geboren, de dag waarop componist Igor Stravinsky zijn “Orpheus” (de Griek die met zijn muziek alle levende wezens en zelfs stenen kon betoveren) in New York in première bracht.
Op maandag 28 juli werd hij gecremeerd in Ciney, België. Zijn inzet voor de mensenrechten had het hem onmogelijk gemaakt om zijn vaderland nog eens te bezoeken. Het past dan ook bij zijn fantasierijke karakter dat zijn as nu is overgebracht naar Singapore, waar zijn zussen een rouwceremonie voor hem hebben georganiseerd.
Titelafbeelding: Paul Lim, foto: privé
Auch ein Blog verursacht Ausgaben ...
819
Leave A Comment