Door Jürgen Klute

Er lijkt geen einde te komen aan de discussie over de specifieke besnijdenispraktijk in Antwerpen, die ‘metzitzah b’peh’ wordt genoemd. Bij deze archaïsche vorm van besnijden neemt de besnijder (mohel) onmiddellijk na het verwijderen van de voorhuid de penis van de pas besneden baby in de mond en zuigt hij aan de penis totdat het bloeden is gestopt.

Op 24 juni organiseerde de European Jewish Association (EJA) in Brussel een conferentie onder de titel „Conference on Circumcision, Religious Freedom and the Future of Jewish Life in Belgium”, die juist over dit onderwerp zou gaan. Verantwoordelijk voor de organisatie was de voorzitter van de EJA, rabbijn Menachem Margolin. Margolin werd bijgestaan door de omstreden N-VA-parlementslid Michael Freilich als speciaal gezant van de EJA. In het voorjaar van 2026 zag de deontologische commissie van het federaal parlement zich genoodzaakt om, gezien de hevige kritiek op bepaalde contacten van Freilich in de VS en Israël, te wijzen op de plichten van parlementsleden (‘Deontologisch zwaar over de schreef’: Groen eist berisping Freilich na advies over buitenlandse contacten; De Morgen, 28-04-2026)

Voor drie panels waren vertegenwoordigers uit verschillende vakgebieden uitgenodigd. Tijdens panel I (Why Circumcision Matters) gaven een joodse, een islamitische en een vertegenwoordiger van de katholieke kerk hun visie op het onderwerp. Bij panel II (Reality and Best Practice) waren vertegenwoordigers uit de geneeskunde aanwezig, bij panel III (Politics, Law and Public Policy) vertegenwoordigers uit de politiek en de rechtswetenschap. Daarnaast was Katharina von Schnurbein van de Europese Commissie, als coördinatrice voor de bestrijding van antisemitisme en de bevordering van het joodse leven, uitgenodigd om een bijdrage te leveren.

Eén persoon was echter niet welkom – hoewel het juist om hem draaide: rabbijn Moshe Friedman. Hij had het debat op gang gebracht met aanklachten tegen drie besnijders in Antwerpen en inmiddels ook tegen besnijders die volgens hem in Wenen en Zürich dezelfde archaïsche besnijdenismethode toepassen. Voor hem staat het zonder twijfel vast dat deze archaïsche besnijdenissen onwettig zijn. Friedmans motivering luidt: de personen die de besnijdenissen uitvoerden, zouden geen medische opleiding hebben genoten. Tegenover Belgieninfo(*) verklaarde hij dat hij niet voor deze conferentie was uitgenodigd. Dit had hem in zoverre verrast dat hij had verwacht dat men met hem een open discussie zou willen voeren over zijn kritiek op de hierboven beschreven besnijdenismethode. Dat lijkt echter niet het geval te zijn. Hij had weliswaar overwogen om ook zonder uitnodiging naar de conferentie te gaan, maar besloot uiteindelijk toch anders.

Volgens de berichtgeving van De Morgen (Onrust groeit in Joodse gemeenschap over besnijdenissen: ‘De vraag is of Joden het recht hebben om Joods te leven’) werd de door Friedman bekritiseerde vorm van besnijdenis tijdens de conferentie niet eens ter sprake gebracht. Volgens De Morgen-redacteur Bruno Struys bestempelt Regina Sluzny van het Forum van Joodse Organisaties Friedman als een zieke mens. Dat klinkt eerder als een poging tot diskrediet dan als een streven naar begrip op zakelijk niveau, en lijkt op het begin van een campagne. De verdere berichtgeving van Struys bevestigt deze indruk.

Volgens hem moest de conferentie duidelijk maken dat besnijdenis door een mohel een eeuwenoude traditie is en voor het kind zonder complicaties verloopt. Dit zou onder meer zijn bevestigd door een joodse uroloog uit Brussel en een hoge ambtenaar die in Israël verantwoordelijk is voor de aanstelling en het toezicht op de besnijders. Daartegenover staan echter berichten over vaker voorkomende infecties – in zeldzame gevallen met dodelijke afloop – (zie NBC News van 06-05-2011 „Toddler dies after circumcision surgery“). Dit sterfgeval heeft er in New York toe geleid dat er wordt gewaarschuwd voor de risico’s van de besnijdenismethode metzitzah b’peh. Na uitgebreide discussies is de methode weliswaar niet verboden, maar volgens het bereikte compromis wordt, indien een baby een infectie oploopt, door middel van een DNA-analyse vastgesteld of de mohel de infectie heeft overgedragen en mag hij in dat geval in de toekomst geen besnijdenissen meer uitvoeren (zie The Hastings Center for Bioethics van 5 maart 20215 „New York City’s Compromise on Dangerous Circumcision Practice Leaves Infants at Risk“).

Ook bleef blijkbaar onvermeld dat de door Friedman bekritiseerde besnijdenismethode ook in Israël door artsen al geruime tijd wordt bekritiseerd en dat er wordt aangedrongen op een verbod daarop, (zie hier: „Kinderartsen willen einde aan bloedzuigen na besnijdenis“). In het voorjaar van 2026 is in Israël na een sterfgeval als gevolg van een besnijdenis zelfs de verantwoordelijke mohel gearresteerd, zoals The Jerusalem Post op 1 april meldde („Mohel arrested for death of baby linked to circumcision“).

Verder, aldus Struys, werd de bezorgdheid geuit dat de beperking van de besnijdenis het voortbestaan van de joodse bevolking in Europa zelf in gevaar zou brengen. Struys citeert de EJA-voorzitter Margolin met de volgende woorden: “Sommigen denken dat we een conferentie houden over besnijdenis. Ze vergissen zich. De vraag is of Joden het recht hebben om Joods te leven.” In het verleden werd de vraag nog scherper gesteld: “In het verleden is de vraag nog platter gesteld: hebben Joden wel het recht om te leven?”

Margolin was bovendien medeauteur van een onlangs gepubliceerde open brief, waarin de strafrechtelijke vervolging, onder verwijzing naar Bill White, de ambassadeur van de Verenigde Staten, als „antisemitisch“ werd bestempeld.

Volgens De Morgen wezen enkele joodse vertegenwoordigers uit Londen echter op het belang van zelfregulering. Veel kritiek zou kunnen worden gesmoord door het verzamelen van gegevens over complicaties en door certificering, opleiding en controle van de mohels.

Margolin, wiens organisatie EJA niet alleen joodse, maar ook Israëlische belangen vertegenwoordigt, stelde tijdens de conferentie voor om samen te werken met het bevoegde Israëlische ministerie. Een vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap in het Verenigd Koninkrijk waarschuwde daarentegen dat het betrekken van Israël bij deze kwestie problemen zou uitlokken. Het zou bovendien de indruk wekken dat men het zelf niet zou kunnen oplossen.

Volgens De Morgen kwam opnieuw ter sprake dat enkele belangrijke joodse instellingen in België zich onlangs al hebben uitgesproken voor de oprichting van een controlecommissie van artsen, die de mohels zou moeten beoordelen. Het kabinet, de naaste medewerkersgroep van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit), heeft zich hierover tot nu toe echter nog niet uitgesproken.

Opvallend aan deze conferentie is de poging van de EJA om de aandacht af te leiden van de eigenlijke kwestie waar het om gaat – namelijk de rechtmatigheid van een specifieke, archaïsche vorm van besnijdenis. De conferentie probeert de medisch en juridisch onderbouwde kritiek op deze specifieke vorm te herinterpreteren als een algemeen verbod op besnijdenissen, wat vervolgens zou neerkomen op een aanval op de vrijheid van godsdienst en op het joodse leven in het algemeen. Friedman ziet dat ook zo. Blijkbaar, zo legt hij uit, voelden de betrokken joodse gemeenschappen zich door de rechtszaken en de publieke discussie daarover onder druk gezet om iets te veranderen. Voor hem is deze afschuwelijke methode van besnijdenis, die op grote schaal zou worden toegepast – vaak door slachters in plaats van door medisch opgeleide mohels, waarbij er niet eens artsen aanwezig zijn – in strijd met de geldende Belgische wetgeving en staat deze voor hem ook lijnrecht tegenover de joodse religie. Voor hem is deze vorm van besnijdenis zelfs een vorm van seksueel misbruik, benadrukte Friedman zijn visie op dit conflict.

Maar hij benadrukt in het gesprek ook dat hij als jood uiteraard geen belang heeft bij een algemeen verbod op besnijdenissen of bij het onmogelijk maken van het joodse leven in België. Voor hem gaat het heel concreet om het afwegen van twee concurrerende grondrechten: het recht op vrijheid van godsdienst enerzijds en het recht op lichamelijke integriteit en bescherming van kinderen anderzijds, die volgens hem door de genoemde en omstreden besnijdenismethode niet gewaarborgd zijn. Voor Friedman weegt het recht op bescherming van kinderen zwaarder dan het recht op vrijheid van godsdienst. Het gaat hem erom deze kwestie door de rechter te laten uitzoeken, zoals dat in een rechtsstaat de regel zou moeten zijn. Voor hem is deze conferentie niet in de laatste plaats ook een uiting van minachting voor de Belgische rechtsstaat.

(*) Dieser Beitrag erschien ursprünglich am 27. Juni 2026 auf Deutsch auf Belgieninfo.net.

Titelbeeld: Circumcision; Foto: Michael Boer CC BY-NC-SA 2.0 DEED via FlickR

Ook een blog brengt kosten met zich mee ...

… Als Europa.blog u bevalt, kunt u ons ook financieel steunen. Het runnen van een blog brengt namelijk kosten met zich mee voor onderzoek, vertalingen, technische apparatuur, enz. Hier kunt u ons eenvoudig met een klein eenmalig bedrag steunen:

635