Door Jürgen Klute

Het conflict rond onwettige praktijken van joodse besnijders (mohels) in Antwerpen heeft een nieuw escalatieniveau bereikt. Pas half juli had de ambassadeur van de Verenigde Staten in België, Bill White, onjuiste informatie verspreid over vermeende vergunningen voor besnijders in Duitsland en Israël (zie Belgiëinfo: Bill kann’s nicht lassen – die nächste Runde im Beschneidungsstreit in Antwerpen).

De aanleiding voor de nieuwe escalatie van het conflict is een geschenk van het Antwerp World Diamond Centre (AWDC) aan de Amerikaanse president Donald Trump. Het werd overhandigd in het kader van de viering van 250 jaar onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, die ambassadeur White op 28 juni organiseerde in het Brusselse Parc du Cinquantenaire/Jubelpark.

Het geschenk is iets heel bijzonders: een ring ontworpen door de Antwerpse diamantontwerper David Gotlib. In een artikel in de Zwitserse krant Le Temps van 28 juli staat hierover: „De overkoepelende organisatie van de Antwerpse diamantbranche heeft de Amerikaanse president de ring „Freedom 250“ geschonken, waarna deze besloot om uit België geïmporteerde geslepen diamanten vrij te stellen van douanerechten. Een rabbijn hekelt dit als een ‚flagrante daad van corruptie‘ en dient, tegen de achtergrond van onderzoeken naar besnijdenispraktijken, een klacht in tegen Trump.”

Screenshot

Deze ring van 18-karaats goud, genaamd „Freedom 250“, bezet met 321 natuurlijke diamanten, 56 saffieren, 13 smaragden en 6 robijnen, leidt tot heftige controverses. Het is moeilijk om geen verband te leggen tussen het sieraad dat Donald Trump van de Antwerpse diamanthandelaren kreeg ter gelegenheid van de 250e verjaardag van de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, en de op 25 juli gepubliceerde verklaring van de Amerikaanse ambassadeur in Brussel, Bill White, en het Antwerp World Diamond Centre (AWDC), waarin de afschaffing van de Amerikaanse invoerrechten op geslepen diamanten wordt toegejuicht. Ook een artikel van CBS News van 3 juli over deze kwestie gaat uit van een verband tussen dit geschenk en de afschaffing van invoerrechten op diamanten.

Rabbi Moshe Friedman, die in 2023 de rechtszaken tegen de Antwerpse mohels (besnijders) in gang zette, ziet in dit ongebruikelijke geschenk bovendien een poging tot omkoping of een beloning voor het feit dat ambassadeur White de afgelopen maanden in opdracht van Trump herhaaldelijk de Belgische regering heeft opgeroepen om, in strijd met alle regels van de rechtsstaat, het proces tegen de Antwerpse besnijders te stoppen. Friedman heeft dan ook een klacht tegen Trump ingediend, zoals hij in een interview met het Belgische tijdschrift HUMO verklaarde (Antwerpse rabbijn Moshe Friedman dient klacht in tegen Trump na cadeau van Antwerpse diamantsector: ‘Een regelrecht geval van omkoping’).

Friedman motiveert zijn stap met het feit dat er volgens de informatie waarover hij beschikt in informele kringen van de Antwerpse diamanthandelaren het verhaal de ronde doet dat een dergelijke ring enkele tientallen miljoenen dollars waard zou zijn. Nadat er vragen waren opgeworpen, zou de geschatte waarde plotseling zijn bijgesteld naar enkele tienduizenden dollars. Een dergelijke lage schatting is volgens Friedman ongeloofwaardig voor iedereen die ook maar enigszins verstand heeft van diamanten. Volgens zijn informatie zouden in bepaalde radicaal-joodse kringen, zowel in Antwerpen als internationaal, middelen worden ingezameld om invloed uit te oefenen. Het AWDC behartigt de belangen van de diamantbranche, maar beschikt zelf niet over de middelen om dergelijke geschenken te financieren. Daarom stelt hij de vraag wie er met welke bedoeling achter dergelijke initiatieven zit. White heeft immers zelf gezegd dat Trump hem de opdracht had gegeven om druk uit te oefenen.

De Franse krant La Voix du Nord schreef op 25 juli dat de ring volgens onafhankelijke juweliers die AP te woord stonden tussen de 25.000 en 35.000 dollar waard zou zijn. De krant wijst er echter ook op dat Friedman, onder verwijzing naar Antwerpse kringen, de waarde veel hoger inschat.

“Ik heb stappen ondernomen”, aldus Friedman tegenover HUMO, “en verschillende misdrijven onder de aandacht gebracht: mogelijke omkoping en corruptie, schending van de douanewetgeving, mogelijke smokkel door het voorwerp illegaal de VS binnen te brengen, misbruik van de diplomatieke post voor illegale handelingen, documentvervalsing, meineed en het witwassen van geld. Het is aan de bevoegde Amerikaanse instanties om te beoordelen of daar inderdaad sprake van is.”

Op de vraag of het hier niet uitsluitend om vermoedens ging in plaats van om aantoonbare feiten, verduidelijkte Friedman dat er toch strafrechtelijke onderzoeken lopen, dat de betrokkenen bepaalde praktijken zouden hebben toegegeven en dat Trump een geschenk zou hebben ontvangen. Hij wees erop dat hij geen rechter is, aldus de rabbijn, en dat hij alleen eist dat deze punten worden onderzocht.

Op de vraag of hij de indruk had dat de Belgische regering zich liet chanteren, maakte Friedman duidelijk dat dit naar zijn mening geenszins het geval was. Hij zou juist respect hebben voor de Belgische instellingen en voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Zijn punt was dat sommige personen in Antwerpen blijkbaar de indruk hadden dat ze politieke bescherming zouden kunnen krijgen als de druk op hen toenam. Ondanks het feit dat het openbaar ministerie de zaak naar de strafrechtbank heeft verwezen, blijven de verantwoordelijken namelijk dezelfde praktijken verdedigen en lijken ze geen ingrijpende veranderingen te overwegen. En zolang zij ervan overtuigd zijn dat ze een beroep kunnen doen op politieke steun of bescherming, verwacht hij niet dat de bekritiseerde praktijk zal verdwijnen. Van de bevoegde Amerikaanse autoriteiten verwacht hij dat zij serieus onderzoeken wat er precies is gebeurd. Mocht een president of een andere machtige persoon zich boven de wet stellen, zo vervolgde Friedman, dan zou dit niet alleen België betreffen, maar ook de Amerikaanse rechtsstaat. Het beginsel dat niemand boven de wet staat, is van fundamenteel belang. Wanneer politieke macht wordt ingezet om een onafhankelijke strafrechtelijke procedure te beïnvloeden, vormt dit een ernstige bedreiging voor elke rechtsstaat.

Friedman benadrukte in het interview bovendien nogmaals dat hij het onaanvaardbaar vond dat de volgens de Belgische wetgeving niet toegestane vorm van besnijdenis nog steeds wordt toegepast, hoewel de politie de mohels had gewaarschuwd dat zij hiervoor strafrechtelijk vervolgd zouden kunnen worden. Als reden voerden de mohels aan dat hun religie dit voorschrijft. Maar in een rechtsstaat biedt de vrijheid van godsdienst geen vrijbrief voor handelingen die in strijd zijn met het strafrecht of die de lichamelijke integriteit van minderjarigen aantasten, verklaarde Friedman.

Zoals te verwachten was, heeft ambassadeur White onmiddellijk na de publicatie van het HUMO-interview met Friedman zich in het openbaar uitgelaten over diens beschuldigingen. Nog op dezelfde dag dat dit interview verscheen, probeerde White ook een interview met HUMO te regelen, zoals blijkt uit het interview dat vervolgens daadwerkelijk plaatsvond. Dit werd eveneens op 24 juli gepubliceerd (Amerikaanse ambassadeur Bill White reageert op klacht van Antwerpse rabbijn Moshe Friedman: ‘Hij is een verwerpelijk menselijk wezen, een mediahoer.’).

De opmerkingen van White waren – hoewel hij ambassadeur van de VS in België is – allesbehalve diplomatiek. „Hij [Friedman] is een verwerpelijk menselijk wezen, een mediahoer. Wacht maar af, je zult zien wat ik met hem doe”, citeerde HUMO de diplomaat al in de titel van het interview.

In reactie op de opmerking van HUMO-journalist Tom Pardoen dat deze uitspraak niet bepaald terughoudend was, bevestigde White: „Natuurlijk houd ik me niet in. Meer zelfs: ik verklaar de aanval op deze man eens en voor altijd geopend. De Verenigde Staten zullen niet tolereren dat deze zogenaamde rabbijn onze president belastert.”

Op de vraag of White ook iets over de feiten te zeggen had, antwoordde hij dat er geen feiten waren, dat hij [Friedman] alleen maar onzin uitkraamde en niet wist waar hij het over had.

In plaats daarvan bleef de ambassadeur zich concentreren op het persoonlijk in diskrediet brengen van Friedman: „De joodse gemeenschap, dat is niet één joodse man die in België woont. Ik ben het beu om te horen dat de Belgische joden hem steunen en zeggen dat de moheels fouten hebben begaan. Deze man is een bedrieger, hij moet ontmaskerd worden. Ik zal elk vrij moment aangrijpen om hem met de vinger te wijzen, tot hij het land verlaat, met zijn staart tussen zijn effing benen. Ja, ik ben aan het roepen, maar niet tegen jou. Hij staat officieel op mijn shitlist. Wacht maar af, je zult zien wat ik met hem doe.“

Op de vraag van de HUMO-journalist wat hij daarmee bedoelde, legde White uit: „We zullen alles doen wat binnen onze macht ligt om hem vanaf vandaag in diskrediet te brengen, met woorden.“

White heeft deze verbale aanvallen voortgezet op het Instagram-kanaal „billwhiteflausa“ met een bericht van 26 juli (zie titelfoto). Het persbericht van White, dat op 27 juli op de officiële website van de Amerikaanse ambassade in Brussel werd gepubliceerd, is weliswaar gematigder van toon, maar is niettemin gericht op het persoonlijk in diskrediet brengen van Friedman.

Het optreden van Bill White is nauwelijks in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961. In artikel 41, lid 1, staat: „Ongeacht hun voorrechten en immuniteiten is het die plicht van alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten de wetten en regelingen van de ontvangende staat te eerbiedigen. Zij hebben ook de plicht zich niet in te laten met de binnenlandse aangelegenheden van die staat.“ Volgens artikel 9 van het Verdrag van Wenen zou België de mogelijkheid hebben om de Amerikaanse ambassadeur op grond van zijn gedrag tot persona non grata te verklaren en hem te verzoeken het land te verlaten. Daarvoor zou zelfs geen opgave van redenen nodig zijn.

De Gazet van Antwerpen (GVA) meldde op 28 juli dat het Rabbijns Centrum van Europa (Rabbinical Center of Europe – RCE) afstand had genomen van Friedman. Het RCE maakte duidelijk dat de uitspraken van Friedman niet die van de organisatie of van de bij haar aangesloten rabbijnen en joodse gemeenten weerspiegelden en dat Friedman geen lid van de organisatie is en evenmin als rabbijn wordt erkend. Volgens de GVA weerlegt Friedman dit door te stellen dat hij een opleiding tot rabbijn heeft gevolgd en over alle benodigde certificaten beschikt om als rabbijn te kunnen werken. Bovendien zou een rechtbank in Oostenrijk in 2002 een rechtszaak over zijn status als rabbijn hebben behandeld en hebben beslist dat hij zich terecht als opperrabbijn mag noemen.

Dit standpunt van het RCE is in zoverre verrassend dat de voorzitter van de organisatie, rabbijn Pinchas Goldschmidt, zich al in 2013 in een interview met de Berliner Zeitung ondubbelzinnig distantieerde van de omstreden vorm van besnijdenis en daarmee Friedmans kritiek op deze praktijk inhoudelijk onderbouwde.

De GVA voegde hieraan toe dat rabbijnen in België erkend moeten worden door het Centraal-Israëlitisch Consistorie van België (CICB), de officiële en door de Belgische regering erkende vertegenwoordiging van de joodse godsdienst. De erkenning vindt plaats op basis van de relevante documenten en het lidmaatschap van een gemeente. Volgens het CICB wordt Friedman niet als rabbijn erkend, aangezien hij niet tot een gemeente behoort. Er zou ook geen desbetreffende aanvraag met betrekking tot Friedman zijn ontvangen.

Tegenover Belgieninfo verklaarde Friedman dat hij momenteel in gesprek is met een advocate om te bekijken of – en zo ja, hoe – hij zich kan verdedigen tegen de diskrediterende verbale aanvallen van de Amerikaanse ambassadeur White.

Zie ook:

Titelbeeld: Screenshot

Ook een blog brengt kosten met zich mee ...

… Als Europa.blog u bevalt, kunt u ons ook financieel steunen. Het runnen van een blog brengt namelijk kosten met zich mee voor onderzoek, vertalingen, technische apparatuur, enz. Hier kunt u ons eenvoudig met een klein eenmalig bedrag steunen:

555