Hoe lang wil de Belgische regering het gedrag van ambassadeur Bill White nog tolereren?

Een commentaar van Jürgen Klute

De Amerikaanse ambassadeur in België, Bill White, heeft op 24 juli in een interview met het Belgische tijdschrift HUMO (Amerikaanse ambassadeur Bill White reageert op klacht van Antwerpse rabbijn Moshe Friedman: ‘Hij is een verwerpelijk menselijk wezen, een mediahoer.’) letterlijk gezegd: „Ik verklaar de aanval op deze man eens en voor altijd geopend.“ Tegenover de HUMO-journalist kondigde White bovendien aan: „Wacht maar af, je zult zien wat ik met hem doe.”

Deze voor een diplomaat uitzonderlijke dreigementen jegens een burger van zijn gastland zijn nu gevolgd door verdere stappen. In een persbericht van de Amerikaanse ambassade van 6 augustus deelt White mee dat Friedman geen erkende rabbijn is. Dat zou de voormalige opperrabbijn van Wenen, rabbijn Chaim Eisenberg, hebben verduidelijkt.

Bovendien zouden vooraanstaande joodse organisaties in België en Europa gezamenlijk en ondubbelzinnig hebben verklaard dat Friedman geen van hun organisaties vertegenwoordigt, geen erkende synagoge of gemeente leidt en geen erkend rabbinaal ambt bekleedt binnen de officiële joodse gemeenschap van België. Er zou dan ook geen twijfel over bestaan dat Friedman geen enkel mandaat heeft om namens de joodse gemeenschap te spreken; hij zou uitsluitend voor zichzelf spreken. Verder staat in het bericht van White: „Ik dring er bij journalisten, politici en overheidsinstellingen met klem op aan om hem niet langer een religieuze of representatieve autoriteit toe te kennen die hij niet bezit. Zijn zelf toegekende titels mogen niet als vaststaand feit worden herhaald, en zijn uitspraken mogen niet worden gepresenteerd alsof ze de standpunten van de Belgische rabbijnen of de joodse gemeenschap weerspiegelen. Zijn leugens en zijn ontkenning van de Holocaust wakkeren antisemitisme aan en brengen schade toe aan het joodse volk.“

Enkele Belgische kranten hebben het bericht overgenomen en gepubliceerd. Het Nieuwsblad kopte: „Joodse organisaties nemen formeel afstand van rabbijn Moshe Friedman“. Het Laatste Nieuws (HLN) kopte op vrijwel dezelfde manier: „Joodse organisaties nemen formeel afstand van de Antwerpse rabbijn Moshe Friedman“.

Helaas zien beide kranten af van een nadere contextuele plaatsing van de uitspraken van de Amerikaanse ambassadeur. Voor de feitelijke gang van zaken waar het hier om gaat, doet het namelijk helemaal niet ter zake of Friedman rabbijn is of niet. Ter herinnering: Friedman startte in 2023 een gerechtelijke procedure tegen twee joodse besnijders in Antwerpen. Volgens Friedmans verklaring zouden zij de wettelijke bepalingen inzake religieuze besnijdenissen hebben overtreden. Religieuze besnijdenissen zijn in België toegestaan, maar moeten worden uitgevoerd door medisch opgeleide professionals volgens medische normen. Iedereen heeft het recht om op te treden tegen een overtreding van de Belgische wet, ongeacht zijn opleiding en beroepsfunctie.

Bovendien klopt de bewering van White dat Friedman een louter persoonlijk standpunt zou innemen, niet. Na de dood van een zuigeling als gevolg van de omstreden vorm van besnijdenis (metzitzah b’peh) in New York in 2011 (zie NBC News van 6 mei 2011 „Toddler dies after circumcision surgery“) ontstonden ook daar heftige discussies over een verbod op deze archaïsche vorm van besnijdenis. Hoewel deze methode uiteindelijk niet werd verboden, wordt er sindsdien massaal voor gewaarschuwd – en als een baby een infectie oploopt, wordt volgens het in New York bereikte compromis door middel van een DNA-analyse vastgesteld of de mohel de infectie heeft overgedragen. Indien nodig mag hij in de toekomst geen besnijdenissen meer uitvoeren (zie The Hastings Center for Bioethics van 5 maart 2015 „New York City’s Compromise on Dangerous Circumcision Practice Leaves Infants at Risk“). In 2012 eisten kinderartsen in Israël een verbod op deze vorm van besnijdenis (zie „Kinderartsen willen einde aan bloedzuigen na besnijdenis“). De voorzitter van het Rabbinical Center of Europe (RCE), rabbijn Pinchas Goldschmidt, distantieerde zich in 2013 in een interview met de Berliner Zeitung ondubbelzinnig van deze omstreden vorm van besnijdenis. In het voorjaar van 2026 werd in Israël de verantwoordelijke mohel gearresteerd na een sterfgeval als gevolg van een besnijdenis, zoals „The Jerusalem Post“ op 1 april 2026 meldde („Mohel arrested for death of baby linked to circumcisie“).

Geheel los van de vraag of Friedman naar joodse regels een erkende rabbijn is of niet, kan echter worden vastgesteld dat zijn kritiek op de door hem bekritiseerde wijze van besnijdenis door een aanzienlijk deel van de wereldwijde joodse gemeenschap wordt gedeeld en dat deze niet alleen in strijd is met de geldende wetgeving in België, maar bijvoorbeeld ook met de geldende wetgeving in Duitsland.

Nog schandaliger is de bewering van White dat Friedman een antisemiet zou zijn. Op andere plaatsen – onder meer via zijn officiële account als ambassadeur op X – heeft White herhaaldelijk erop gewezen dat Friedman in 2006 heeft deelgenomen aan een zeer omstreden holocaustconferentie, georganiseerd door de toenmalige Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad. Friedman heeft dat nooit ontkend. Men kan zijn deelname aan de conferentie ongetwijfeld bekritiseren. Daarbij moet echter worden vermeld dat Friedman tot de orthodox-joodse groep van de Satmarers behoort. Deze groep maakt deel uit van het in Oost-Europa ontstane chassidische jodendom en werd in 1905 in de toen Hongaarse en nu Roemeense plaats Satu Mare (waar de naam „Satmarers“ van is afgeleid) gesticht door Rebbe Joel Teitelbaum, die zelf ternauwernood aan de Shoa is ontsnapt. Friedmans familie behoorde tot de stichtende families.

Het belangrijkste kenmerk van de Satmarers, die tegenwoordig voornamelijk in New York wonen, is de strikte afwijzing van het zionisme – en daarmee ook van de oprichting van een Israëlische staat – om theologische redenen. Na de verovering en verwoesting van Jeruzalem door de Babylonische koning Nebukadnezar II in het jaar 587/6 v.Chr. ontstond tijdens de daaropvolgende zogenaamde Babylonische ballingschap een theologische stroming binnen het jodendom die de heroprichting van een joodse staat afwijst. Alleen de Messias, die ooit door God gezonden zal worden, mag een nieuwe Joodse staat stichten, zo luidt hun overtuiging.

Men kan deze uit de Thora afgeleide afwijzing van de oprichting van een Israëlische staat door de Satmarers uiteraard kritisch beoordelen en als onjuist verwerpen, als men ervan uitgaat dat alleen een weerbaar Joodse staat het Joodse volk kan beschermen tegen een herhaling van de Shoa. Men kan dit uit de Thora afgeleide standpunt echter in geen geval ook maar in het minst als antisemitisch bestempelen. De Satmarers hebben zelf onder de Shoa geleden, ook de familie van Friedman. Hem van antisemitisme te beschuldigen is ronduit schandalig.

Screenshot

In een bericht op zijn officiële ambassadeursaccount op X richt White zich op ongekende wijze rechtstreeks tot het parket van Antwerpen (zie de screenshot hiernaast). White beschuldigt Friedman ervan een oplichter te zijn en vraagt het openbaar ministerie: „Controleert u van wie u een klacht in ontvangst neemt?“ En voegt daar onmiddellijk de als vraag geformuleerde oproep aan toe: „Wanneer wordt dit verzonnen onderzoek tegen de geweldige mohelim stopgezet?“ In een ander bericht op X beweert White dat Friedman meer dan twintig jaar geleden, toen hij in Wenen woonde, zijn vrouw zou hebben geslagen.

Hier komt opnieuw de minachting van de ambassadeur voor de rechtsstaat naar voren: in een rechtsstaat toetsen de rechtbanken de gegrondheid van de in de rechtszaak aangevoerde feiten en of deze in strijd zijn met het geldende recht, en leggen zij in voorkomend geval een straf op. Het behoort tot de verworvenheden van een rechtsstaat dat de politieke, religieuze of andere oriëntatie van de eiser en zelfs diens morele integriteit daarbij geen rol spelen.

De beroepsstatus van Friedman is niet relevant voor de hier besproken kwesties. Als Belgisch staatsburger zet hij zich in voor de naleving van wettelijke voorschriften en daarmee voor het respect voor de rechtsstaat. Dat is van cruciaal belang voor de joodse gemeenschap. De Duits-joodse filosofe Hannah Arendt stelde ooit, als gevolg van de Shoah, dat ieder mens het recht heeft om rechten te hebben. De joden waren echter door de nazi’s al hun rechten ontnomen doordat ze staatsloos werden verklaard. Daaruit concludeerde Hannah Arendt dat ervoor moet worden gezorgd dat ieder mens deel uitmaakt van een rechtsgemeenschap die hem kan beschermen tegen misbruik van het staatsmachtmonopolie, dat wil zeggen tegen een dictatoriale regering, door middel van een democratische scheiding der machten en de rechtsstaat. Friedman eist niets anders.

En precies daar ligt het conflictpunt met de Amerikaanse ambassadeur: het gaat hem niet om de besnijdenispraktijken in Antwerpen, maar om een aanval op de rechtsstaat en de fundamentele waarden en beginselen van de Europese Unie. Daarop had Greg Van Roosbroeck al in februari 2026 gewezen in een artikel in de „Gazet van Antwerpen“ (GVA) in verband met het geschil over de Antwerpse besnijders: „De aanval van White past naadloos in een conflictstrategie die de Verenigde Staten nu al een jaar hanteert. Naast aanvallen op de Europese economie heeft het zijn zinnen ook gezet op de gronden en de natuurlijke rijkdommen. Daarnaast bestookt het ons politieke systeem en nu is daar dus ook de demarche op onze rechtspraak bijgekomen.”

Wat de VS onder Trump hier precies mee beogen, heeft de Nederlandse schrijfster Ila Leonard Pfeijffer al in de zomer van 2025 aan de hand van documenten en verklaringen uit de kring van de regering-Trump in een column in de Belgische krant De Morgen („Het doel van de VS? Regimewisseling in Europa“) zeer scherp geanalyseerd en uiteengezet. Pfeijffer schrijft:

„Terwijl een constitutionele democratie is ontworpen conform de leidende gedachte dat concentratie van de macht voorkomen dient te worden, desnoods ten koste van efficiëntie, zoals James Madison betoogde in zijn Federalist Paper No. 10, en dat consequente spreiding der machten volgens het model van de trias politica en een verfijnd systeem van checks-and-balances het wezen vormen van het staatsbestel, is het in een absolutistische visie op de democratie ondemocratisch om een democratisch mandaat aan beperkingen te onderwerpen.”

Pfeijffer vervolgt: „Een absolute democratie streeft ernaar om de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht te laten samenvloeien in de persoon van de democratisch gekozen leider. Terwijl een constitutionele democratie zich kenmerkt door een voortdurende zoektocht naar een evenwicht tussen de belangen van de meerderheid en minderheden, realiseert de absolute democratie een dictatuur van de meerderheid.“

Volgens Pfeijffer is het doel van het beleid van Trump en zijn omgeving ten aanzien van Europa het doorvoeren van een absolute democratie in de eerder beschreven zin binnen de Europese Unie en haar lidstaten.

White eist, geheel in de geest van een absolute democratie zoals Pfeijffer die hier karakteriseert, een interventie van de Belgische regering in de rechtsstaatprocedure tegen de besnijders in Antwerpen. Friedman verzet zich juist tegen precies dat met zijn interventies. Aangezien White daar op inhoudelijk vlak niets tegenin kan brengen, blijft hem niets anders over dan Friedman als persoon in diskrediet te brengen.

Tot nu toe heeft ook de Belgische regering zich verzet tegen de pogingen van White om de Belgische samenleving te verdelen en te destabiliseren. Weliswaar op een nogal terughoudende manier. Ze zou veel meer kunnen doen. Het optreden van Bill White vormt immers zonder meer een schending van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961. In artikel 41 staat: „Ongeacht hun voorrechten en immuniteiten is het die plicht van alle personen die deze voorrechten en immuniteiten genieten de wetten en regelingen van de ontvangende staat te eerbiedigen. Zij hebben ook de plicht zich niet in te laten met de binnenlandse aangelegenheden van die staat.“ (Cursivering door de auteur) Indien een ambassadeur hiertegen inbreuk maakt, heeft de regering van het gastland overeenkomstig artikel 9 van het Verdrag van Wenen het recht om een ambassadeur op grond van zijn gedrag tot persona non grata te verklaren en hem te verzoeken het land te verlaten. Hiervoor is zelfs geen opgave van redenen vereist.

In het reeds geciteerde artikel van Greg Van Roosbroeck in de GVA van februari 2026 staat aan het einde: „Dat minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) White op het matje roept, is veelzeggend. Ambassadeurs die het moeten komen uitleggen, zijn meestal ambassadeurs van landen met een reukje aan. Veelzeggend, maar niet verrassend. De Verenigde Staten zijn weer wat meer Rusland geworden.”

In de geest van een absolute democratie heeft White, in overleg met zijn baas in het Witte Huis, zich al lang geleden over alle regels van het Verdrag van Wenen heen gezet en dit feitelijk buiten werking gesteld. Er zijn dus voldoende redenen voor de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot om Bill White opnieuw op het matje te roepen, hem tot persona non grata te verklaren en hem onmiddellijk terug te sturen naar Washington.

Dat joodse organisaties blijkbaar zijn meegegaan in het spel van Trump en zijn plaatsvervanger in België, is moeilijk te begrijpen. Het joodse leven – net als dat van alle minderheden – wordt uitsluitend beschermd door de rechtsstaat in de vorm van een constitutionele democratie. Als de rechtsstaat instort, hangt het joodse leven af van de grillen van een man in het Witte Huis die onvoorspelbaar is en vooral zijn eigen zucht naar macht en geld volgt. Zoals de geschiedenis leert, betalen maatschappelijke minderheden daar in het ergste geval de hoogste prijs voor.

Titelbeeld: Moshe A Friedman; © Aurélie Geurts

Ook een blog brengt kosten met zich mee ...

… Als Europa.blog u bevalt, kunt u ons ook financieel steunen. Het runnen van een blog brengt namelijk kosten met zich mee voor onderzoek, vertalingen, technische apparatuur, enz. Hier kunt u ons eenvoudig met een klein eenmalig bedrag steunen:

985